inxco  
schroevendraaien

12-STAPPEN-METHODE

Om oplossingen te realiseren gebruik je een methode. Een goede methode deelt een complex probleem op in een aantal makkelijk aan te pakken onderdelen. Voor het bouwen van een site gebruik ik er 12. Ze volgen min of meer een chronologisch verloop. Daarom heb ik het over de 12-STAPPEN-METHODE.

01/12 BRIEFING

De krijtlijnen van ieder project worden getrokken tijdens een briefing. Daarbij wordt de context van de site onder de loep genomen. Er wordt stilgestaan bij de doelstelling. De afzonderlijke werkfases worden besproken en een eerste werkschema met bijhorende taakverdeling krijgt vorm.

Na een briefing plaats ik een werksite online. Op deze site, die enkel bedoeld is voor m'n opdrachtgever en de medewerkers aan de site, wordt elke stap gedocumenteerd. Zo is er één plaats waar alle informatie centraal én 24/7 beschikbaar is. Naarmate de opdrachten vorderen blijkt steeds weer dat zo'n werksite de effectiviteit en efficiëntie verhoogt.

02/12 GEBRUIKERSPROFIEL

Wat van je website een succes of een mislukking maakt is het beeld dat je hebt van de site-gebruikers. Wat vooral in tel is zijn de eigenschappen die deze individuen uit je doelgroep met elkaar delen. Daar kun je iets mee aanvangen.

Stel een persoonlijkheids- en ICT-profiel op van de gebruiker. Het persoonlijkheidsprofiel helpt je om de content en structuur van je site georiënteerd te krijgen op de informatiehonger en behoeften van je gebruikers. Het ICT-profiel zorgt ervoor dat alle leden van je webteam rekening houden met technische mogelijkheden en beperkingen. Een geavanceerde internetapplicatie bestaat niet uit het in de praktijk brengen van de laatste hightech snufjes, maar zorgt ervoor dat iedereen uit je doelgroep toegang heeft tot je verhaal.

HET PERSOONLIJKHEIDSPROFIEL

De nauwkeurigheid waarmee je je gebruiker kunt 'vatten' hangt in de eerste plaats van je budget af. Dat wordt groter (of zou het moeten worden) in verhouding tot de kritische taak die de site gaat vervullen. Een krappe begroting ontslaat je evenwel niet van deze fase! In plaats van een duur marktonderzoek kun je gebruik maken van ervaringen. Of je kan ook een 'focus-group' (klanten, leveranciers, verkopers, neutrale derden,…) een aantal vragen voorleggen:

  • Richt je je tot een groep of tot een individu?
  • Waar bevinden de leden van je doegroep zich?
  • In welke taal of talen ga je hen aanspreken?
  • Kristalliseert de leeftijd van je doelgroep zich rond een bepaald gemiddelde of niet?
  • Hoe situeert het IQ van je doelgroep zich tegenover het gemiddelde?
  • Bestaat je doelgroep uit mannen, vrouwen, of mannen én vrouwen?
  • Wat motiveert je doelgroep?
  • Welke tijdschriften, websites, televisieprogramma's,… lezen en bekijken je gebruikers?

ICT-PROFIEL

Op deze plaats ga je de technische grenzen van je website trekken. Het is belangrijk dat iedereen die meewerkt aan de site hier rekening mee houdt. Dat doe je vooral om een consitente en professionele indruk achter te laten bij je gebruikers. De eerste voorwaarde is dat alles 'draait' zoals het hoort. Je site kan nog zo goed gestructureerd zijn, de copy tot in de puntjes verzorg, de creativiteit 'state-of-the-art',… als één onderdeeltje mank loopt valt de ganse opzet in duigen. Stel je daarom een paar vragen zoals:

  • Surft je gebruiker vanop een Windows, Macintosh, UNIX, WebTV,… platform?
  • Hoe groot is het scherm waarmee je gebruiker naar je site zal kijken?
  • Welke software staat op hun toestel geïnstalleerd?
  • Met welke browser surft men, beschikt men over bepaalde plug-in's?
  • Surfen je bezoekers met een 28,8 modem, ISDN, ADSL,…?

WAAR KUN JE ZOEKEN?

Er zijn heel wat plaatsen waar je data of hulp kunt vinden voor je antwoord op bovenstaande vragen. Hierbij een overzichtje van de bronnen die ik van tijd tot tijd aanboor:

  • Statmarket: Hier kun je op de pagina 'sample statistics' gratis een globaal beeld van het ICT-landschap krijgen.
  • Cyberatlas: Op deze site kan de internetmarketeer een aantal interessante gegevens vinden. Je moet wel wat geluk hebben om precies te stoten op wat je nodig hebt.
  • Insites: Bij dit Belgische bedrijf kun je zeer waardevolle rapporten aankopen. Er is tevens een rubriek 'free facts' waar je misschien vindt waar je naar speurt.
  • Freepolls: Op de site van freetools kun je hulp krijgen om gratis een onderzoek (een 'poll') uit te voeren op je eigen site.

03/12 REDACTIE

Net zoals de kwaliteit, combinatie en versheid van de ingrediënten de smaak van een gerecht bepalen, zorgt de kwaliteit, combinatie en versheid van de inhoud voor de smaak van je site.

Wat gaan we vertellen en tonen? Dit is de centrale vraag waarop je in deze fase een antwoord moet vinden. Maak een index van wat je op je site wil brengen. Weeg daarbij voortdurend af wat je bezoekers verwachten: liever beknopte, bruikbare, informatie dan een halfslachtige poging om een waanzinnige totaalervaring neer te zetten.

Op basis van de index kun je copywriting en beeldproductie opstarten. Hou er rekening mee dat copy en beeldmateriaal in fase 6 (= navigatie-planning) worden bijgeschaafd tot ze in de uitgewerkte informatie-architectuur (= fase 5) passen. Het is trouwens een goede gewoonte om deze werken te beginnen met het opstellen van auteursrichtlijnen. Hierin leg je een paar regels vast over schrijfstijl, woordgebruik en benamingen. Deze regels dragen er zorg voor dat de geproduceerde 'content' een gestroomlijnde indruk achterlaat.

Het ogenblik is nu ook aangebroken om een copywriter in te schakelen. Veel mensen maken de fout zelf met tekst te gaan knoeien. Als je zelf nooit iets in de pen had zitten, begin er nu dan vooral niet mee. Overtuig jezelf of je baas met dit document (= download, 110 KB) waarin je een duidelijke argumentatie terugvindt om met een goede, broodschrijver samen te werken. Ik kan alvast Erik Dams of Johan en Paul Verschueren aanbevelen.

04/12 CONCEPTGUIDE

Een concept is een middel om de visuele verschijning van je boodschap te organiseren. Daarom bestaat een concept uit een systeem van voorschriften en gebruiksregels. Dit systeem dient aangepast te zijn aan de identiteit (en grafische geschiedenis) van de producent, de doelstelling, de context en de doelgroep.

Heel wat bedrijven beschikken over een conceptguide voor offline communicatie. Deze gids gaat door het leven met namen als: 'visual standards' of 'corporate identity guide'. Gebruik het als basis en vertaal de bepalingen en regels naar de toepassing die je gaat realiseren op het internet.

Een van de zaken waar je zorg voor moet dragen zijn de kleuren. Selecteer een aantal websafe kleuren die je zult gebruiken voor de sitedesign. Voor meer over dit onderwerp klik je hier.

Een tweede zaak zijn de lettertypes en de formats. Formats zijn tags (= HTLM-codes) die gebruikt worden om bijvoorbeeld een paragraaf of titel aan te duiden. Met die formats kan een ervaren HTML-editor Cascading Style Sheets (CSS) toepassen. Gebruik deze stylesheets, het stylisme wordt een heel stuk eenvoudiger. Hier kun je het ABC van de CCS onder de knie krijgen.

Het derde punt dat je dient te bekijken is de indeling van het scherm. Hoe ga je de breedte en hoogte van een scherm verdelen? Hoe groot zul je een logo, button of visual laten verschijnen?

Er is al heel wat geschreven over kleuren, lettertypes en layout op het WWW. De belangrijkste zaken kan ik voor je samenvatten:

  • Gebruik websafe kleuren.
  • Hou er rekening mee dat kleuren op Apple computers lichter overkomen dan in een PC-omgeving.
  • Beperk het aantal lettertypes op een pagina.
  • Indien je met kleine typo werkt, kies dan voor een schreefloze letter (zoals Verdana, Arial, Helvetica).
  • Bepaal de grote van je letters in pixels. Dat zorgt ervoor dat je teksten op alle platformen (ongeveer) even groot weergegeven worden.
  • Gebruik (externe) Cascading Style Sheets.
  • Weet dat een bezoeker er geen problemen van maakt om naar beneden te scrollen.
  • Hou er rekening mee dat surfers tekst voorrang geven op beeld.

Schrijf je conceptguide ergens neer. Zelf gebruik ik hier meestal een werksite voor. Daarin worden alle onderdelen van het bouwproces gedocumenteerd. Het is makkelijk als je ergens kan nazien welken kleuren, lettertypes en afmetingen toegepast worden.

05/12 INFORMATIE-ARCHITECTUUR

De informatie-architectuur bepaalt het cognitief model dat de gebruiker krijgt van je site. Informatie moet ondergebracht worden in inhoudscategorieën en gevonden kunnen worden met een minimum aan muisclicks. Zorg ervoor dat de bezoeker niet overspoeld wordt met dingen waar niet om gevraagd, of die niet verwacht werden.

Het goed cognitief model geeft de gebruiker een idee van wat er van een site mag verwacht worden, wat daarvoor ondernomen moeten worden en wat allemaal kan verwacht en ondernomen worden. Hiervoor zijn zes structuren bruikbaar. Deze structuren kun je apart of in verschillende combinaties toepassen.

STRUCTUUR 1 = LINEAIRE SERIES

De structuur van de lineaire series is een sequentie schermen die één vooropgestelde volgorde doorlopen. Het principe kun je best vergelijken met de pagina’s van een boek of de slides van een presentatie.

STRUCTUUR 2 = SPATIAL ZOOM

Met een spatial zoom krijgt de gebruiker de mogelijkheid om gedetailleerde informatie te ontvangen van een begrip. Hiervoor kan de gebruiker klikken op een hyperlink of op een imagemap.

STRUCTUUR 3 = PARALLEL TEXT

Parallel text bestaat uit een serie aangepaste versies van hetzelfde document. Dat doet men meestal met het oog op verschillende doelgroepen. Een eenvoudig voorbeeld is een site die parallel in twee of meer verschillende talen verschijnt.

STRUCTUUR 4 = HIERARCHIEN

De meest gekende site-map is die van de boomstructuur. Hierin wordt informatie gerangschikt in een hierarchie, net als een stamboom. Je kan keuzes maken waardoor je doorheen de hiërarchie (meestal naar beneden) kan navigeren.

STRUCTUUR 5 = MATRIX

Martixes organiseren gegevens in een rooster van paden die elkaar kruisen. Deze paden kruisen mekaar op welbepaalde raaklijnen. Een voorbeeld daarvan zijn de ‘relevante artikelen’ die je soms onderaan een nieuwsbericht vindt.

STRUCTUUR 6 = NETWORK STRUCTURES

Network structures bestaan uit links die bedoeld zijn om de gebruiker doorheen de geïnterconnecteerde informatie te gidsen. Network structures kunnen bijvoorbeeld links leggen naar sites van bepaalde ondernemingen of instellingen die in je eigen site besproken worden.

Deze structuren gebruik je om de inhoud op een evenwichtige manier aan je bezoekers te presenteren. Om die onderverdeling te maken en te visualiseren ga je een site-map uittekenen. Deze kreeg in de redactiefase een eerste aanzet bij het indexeren van de inhoud. Vergeet hierbij vooral niet dat een goede sitemap ervoor zorgt dat de site overzichtelijk blijft en tegelijk kan evolueren.

06/12 NAVIGATIE-PLANNING

Zodra de algemene pagina-indeling en informatiestromen vastliggen, dien je samen met de copywriter bepalen hoe je de verhalen wil vertellen. Start met de homepage waar je formuleert welke navigatiekeuzes erop komen te staan. Zo ga je daarna ook tewerk voor de volgende pagina's, tot een doorzichtige inhoud voor de hele site gerealiseerd is.

Er komen 6 kwalitatieve aspecten kijken bij het invullen van de navigatie-planning:

ASPECT 1 + 2 = FEEDBACK + CONTROLE

Iedere ervaring waarbij de gebruiker feedback krijgt en controle heeft is een plus voor je weblocatie. Je moet natuurlijk klaarstaan met een alternatief wanneer er geen initiatief genomen wordt. Maar als men zelf wil rondneuzen laat je de bezoeker de leiding nemen. Vertel wat er gebeurt en gaat gebeuren en maak er geen zoek- en verrassingsspelletje van.

ASPECT 3 + 4 = CREATIVITEIT + PRODUCTIVITEIT

Terwijl we het toch over raadseltjes hebben: creativiteit en productiviteit betekenen hetzelfde! Ze hebben beide te maken met het realiseren van ervaringen waardoor een gebruiker iets DOET op je site. Als je weblocatie geen wereldschokkende hitscores neerzet heeft dat waarschijnlijk te maken met het feit dat gebruikers enkel kunnen zitten en staren. Laat mensen iets doen of ergens aan deelnemen. Makkelijker gezegd dan gedaan, maar dat is precies wat creativiteit betekent. Géén wild spectakel neerzetten (dat kan iedereen met enig lef), maar reacties uitlokken.

ASPECT 5 = COMMUNICATIE

Wat doen mensen het liefst? Praten, natuurlijk. We vullen er héle dagen mee, onbelangrijk wat het onderwerp is. Mensen communiceren nu eenmaal graag. De telefoon kende sinds z'n uitvinding zo'n fenomenale evolutie omdat mensen hun gedachten graag delen met anderen. Zoek daarom naar manieren in je navigatie-planning waardoor je gebruikers een interactie met jou of anderen kunnen starten.

ASPECT 6 = FLEXIBILITEIT

De meest waardevolle kwaliteit die je in het conceptueel model kunt realiseren is 'flexibiliteit'. Het is tegelijk ook de meest arbeidsintensieve. Het betekent dat je je site mee laat evolueren met de realiteit. Voortdurend nieuws of 'iets nieuw' brengen op je site zorgt ervoor dat bezoekers terugkomen.

Vergeet vooral niet dat de keuzes die de bezoekers van je site maken op de eerste plaats komen. Dát ze keuzes kunnen maken is het onderwerp van een je navigatie-planning. Het gaat er dus vooral niet om een voorgekauwd informatietraject op poten te zetten. De wijsneus uithangen is een voorrecht van je bezoekers, want zij nemen de beslissingen.

07/12 INTERFACE-DESIGN

Wanneer de 6 voorgaande fases zorgvuldig werden uitgevoerd beschik je over een uitstekende platform voor de creatie van de site-interface. Het lang-verwachte moment is er uiteindelijk toch gekomen! Veel lichtvaardige sitebouwers starten hier en het resultaat laat zich raden: weblocaties die van een normaal mens een halfgare maken. Soundjes, effectjes, spetterende splash-screens, frames, pop-up's,… kortom genoeg franje om de onbezonnen ellende toe te dekken.

HOE GA JE TEWERK?

Selecteer een paar hiërarchische schermen. De site-map helpt je om de moeilijkste te kiezen. Jawel, kies de moeilijkste schermen. Het is makkelijker nadien elementen weg te laten voor eenvoudiger schermen dan er nog zaken in te moeten foefelen. Met die schermen ga je een definitieve oplossing voor de grafische interface vinden. Zorg dat je schermen ontwerpt die een verticaal pad doorheen de site volgen. Zo kun je testen hoe consistent en intuïtief de navigatie en totaalindruk zullen uitvallen. Typografie en stylisme komen hier uitgebreid aan de orde.

HET MOEILIJKE DEEL

Voor een designer bestaat dé uitdaging bij het ontwerpen voor het internet uit het uit handen geven van de grafische controle. Grafici hebben de gewoonte om alles tot op het bot te beheersen: kleuren, lettertypes, raster, papierkeuze, afwerking,… Dit is op het WWW niet mogelijk. OK, er is Flash of je kan een site volledig in GIF opbouwen,… maar uiteindelijk gaat dit voorbij aan de eigenheid van het net: flexibiliteit en de gebruiker die de baas is. Zonder hier een volledige argumentatie uit te werken (een bezoekje aan Jacob Nielsen doet het wel) wil ik toch dit kwijt: denk je echt dat een surfer zit te wachten op jou spetterend spectakel? Vooral als die dat al voor de 10de keer terugziet

08/12 EDITING & PROGRAMMATIE

In deze fase leg je de volgende punten vast: een systeem voor bestandsstructuren, naamgevingsconventies, databankmodellen en compressieformaten. De finale inhoud is nu door de copywriter vervolledigd en opgeleverd. Eens deze inhoud ontvangen, gecheckt en verdeeld is over afzonderlijke bestanden of pagina's, worden de URL's en de nodige links toegevoegd. Alle grafische elementen worden aangemaakt en geplaatst terwijl voortdurend getest wordt hoe de site zich gedraagt in verschillende omgevingen en browsers.

Waarom is het een goede zaak op voorhand een aantal bestandsstructuren en naamgevingsconventies vast te leggen? Het werkt niet alleen makkelijker, het oogt ook professioneler. Gebruikers kunnen het resultaat van óf je rommeltje óf je gestructureerde manier van werken immers zien verschijnen in de statusbalk!

Waarschijnlijk één van de beste sites om op een eenvoudige manier inzicht te krijgen in diverse aspecten van website-editing is deze van Webmonkey. Het is een site waar bijzonder hard aan gewerkt wordt en waar (het één heeft wellicht iets met het ander te maken) het zeer aangenaam toeven is.

09/12 TESTING

Hoever de site staat, kan nagegaan worden door de site nogmaals te doorlopen en te zoeken naar fouten of ontbrekende elementen. Links en pagina's worden manueel gecontroleerd vooraleer de site online geplaatst wordt. Op het eind van deze fase kun je eveneens een testpanel inschakelen of beroep doen op Netmechanic. Soms ontdekken zij nog technische mankementen of kleine foutjes.

Als je met een testpanel werkt mag je die gerust beperken tot vijf personen. De bedoeling is immers niet om alles van voor af aan te herwerken op basis van hun feedback. Ze dienen enkel naar technische mankementen te zoeken. Een regelmatig terugkerende probleem met testpanels is dat hun taak éénmalig plaatsvind. Aan een website wordt echter voortdurend gewerkt. Hou daar rekening mee en tracht een panel op poten te zetten dat op regelmatige tijdstippen een oogje in het zeil houdt.

Je kan in plaats van een testpanel ook gebruik maken van de diensten van Netmechanic. Als je site niet groter is dan 400 pagina's kunnen links, browser-compatibility, html-code, snelheid,… op regelmatige tijdstippen onder de loep genomen worden. Dit evenwel tegen betaling. Je krijgt dan per e-mail of op aanvraag de resultaten. Je kan gratis een éénmalig testje doen!

10/12 LANCERING

Een site dient eerst en vooral een domeinnaam (URL) te krijgen. Als het even kan trachten we een relevante .com, .org, .net, .be,… te registreren. Vaak gaat het om de naam van je onderneming. Daarbij dient in sommige gevallen echter het probleem opgelost te worden dat de domeinnaam die je in gedachten had niet meer beschikbaar is. Creatief én snel zijn is hierbij de boodschap. De lancering en hosting zelf verloopt in samenwerking met webhosts. Zij bieden immers diensten aan (zoals noodvoeding, gespecialiseerde lokalen, datalijnen, backup-faciliteiten,…) die handenvol geld kosten indien je er zelf voor zou moeten instaan. Deze service kan uitgevoerd worden door je eigen ISP of een webhost die specifieke toepassingen aankan zoals Server Side Includes, CGI-scripts, database-hosting,…

Als ikzelf een oplossing dien aan te bieden voor domeinnaamregistratie, hosting en alles wat erbij komt kijken, werk ik meestal samen met besite uit Leuven. Het is een performant bedrijfje met een goede technische infrastructuur en je kunt er maatwerk vragen.

Het is een goeie zaak om de prestaties van je server een beetje in de gaten te houden. Hiervoor kun je op verschillende plaatsen terecht. De dienstverlening gaat van gratis tot betalend. Een voorbeeldje van het eerste vind je bij intraforms.

11/12 TRAFFIC-BUILDING

De inspanningen die je deed om je website online te krijgen waren niet gering. Maar daarmee is de kous niet af! Je moet ook nog werk maken van bezoek, een klus die je voortaan permanent in je to-do lijstje kunt laten staan.

Zorg er eerst en vooral voor dat je de bezoek-volumes op je site kunt meten. Op deze site draait momenteel webalizer, maar er bestaan tientallen systemen die je aan bezoekersaantallen kunnen helpen. Daarna ga je aan de slag: offline en online. OFFLINE heeft te maken met alles wat niet via het internet zelf verloopt. ONLINE slaat op alles waarbij je met het internet bezoekers op site laat terechtkomen.

DRUKWERK = OFFLINE

Net zoals een telefoon of faxnummer op briefpapier, naamkaartjes, brochures, faxen en folders staat, hoort ook je URL (Uniform Resource Locator, je website adres) en e-mail adres er thuis. Wacht je nog tot je brochures uitgeput raken? Laat dan voorlopig stickertjes drukken die je overal kunt opkleven. Als je het goed aanpakt kun je er zelfs een grafische eye-catcher aan overhouden die meer oplevert dan typografisch netjes geïntegreerde tekst.

RECLAME = OFFLINE

Hiermee bedoel ik de klassieke advertising. Met advertising kun je een bom duiten verspelen. Hoe meer duiten je hebt, hoe groter de bom kan zijn. Dit is dan ook een zaak waar je beter even over bezint voor je begint. Beter nog, huur een degelijk reclamebureau in. Laat je echter niet verblinden door spektakel, vuurwerk en gillende beren, maar tracht uit te vissen of dát bureau je een functioneel communicatieplatform kan bieden. Als jouw budget niet veel van dat alles toestaat, lees dan een goed boek (Ogilvy on Advertising, 't is een klassieker).

DOMEINNAAM = ONLINE

Je site wordt in de meeste gevallen bezocht doordat men een domeinnaam intikt. Zorg daarom voor een makkelijke naam. Bovendien kun je voor dezelfde website meerdere domeinnamen in gebruik nemen. Via redirecting komen bezoekers dan terecht op éénzelfde WWW-bestemming of op een apart onderdeel van een weblocatie. Investeer niet alleen in de naam van je bedrijf, maar tracht een aantal woorden te registreren die te maken hebben met de content van de site.

SEARCH ENGINES EN WEBDIRECTORIES = ONLINE

Om een bepaalde site te vinden gaan de meeste mensen te rade bij een search engine. Dit is een database die door een spider wordt gevoed. Men spreekt ook van metacrawlers, webcrawlers of zoekrobotten. Deze 'voedsters' gaan op zoek naar metatags met keywords, descriptions, alt-tags, links,… om sites te registreren, beschrijven en ook nieuwe sites te vinden. Omwille van het enorme aantal pagina's op het web doe je er goed aan je URL zelf aan te melden bij deze search engines. Spiders zullen enkel spontaan 'langskomen' doordat ze een link naar jouw site vinden. Tegenwoordig kennen ze ook een ranking toe op basis van het aantal links die naar je weblocatie verwijzen.

Indien je site zich richt op een lokale of gespecialiseerde doelgroep zul je meestal te maken krijgen met een web directory. Het verschil met de search engines is dat je hier je URL, keywords en omschrijving (meestal) manueel moet ingeven. Voor je site in zo'n webdirectory opgenomen wordt zal de content van je website worden nagezien.

Hoe pak je de zaken aan? Zorg ervoor dat er keywords en description metatags staan in de header van de pagina die je wil laten linken. Voor de description van je site beperk je je best tot 250 karakters. De keywords worden van mekaar gescheiden door komma's. Hou deze omschrijving en sleutelwoorden ook bij de hand voor manuele registratie bij webdirectories. Voor je keywords zal hierbij soms een lijstje gevraagd worden 'gescheiden door spaties' in plaats van komma's. Daarna kun je aan de slag:

  1. www.advalvas.be
  2. www.altavista.be
  3. www.belg.be (link terug is verplicht)
  4. www.belstart.be (link terug is verplicht)
  5. www.bizzlink.be (voor business-to-business)
  6. www.bramstart.be
  7. www.debeste.be
  8. www.digger.be
  9. www.dmoz.org
  10. www.destartpagina.com (link terug is verplicht)
  11. www.euroseek.com
  12. www.gevonden.be
  13. www.gojasper.be
  14. www.google.com
  15. www.hotbel.be
  16. www.ilse.be
  17. www.in.be
  18. www.kikker.be
  19. www.link.nu
  20. www.linkcity.be
  21. www.lycos.be
  22. www.netsearch.be
  23. www.raak.be
  24. www.roadhouse.be
  25. www.search-belgium.com
  26. www.squirrel.be
  27. www.startinbelgium.com (link terug is verplicht)
  28. www.startje.nu
  29. www.tiscali.be
  30. www.vlaamselinks.be
  31. www.webbel.be
  32. www.webbib.be
  33. www.webguide.be
  34. www.webwatch.be
  35. www.wisenut.com
  36. www.zoek.be
  37. www.zoekinbelgie.com

BANNERS = ONLINE

De bekendste vorm van internetreclame zijn banners. Een van de zaken die je kan vaststellen wanneer je de evolutie van dit medium (voor het eerst toegepast in 1994 op de site van Hotwired) bekijkt is dat de 'click-through-ratio' van banners de laatste jaren gedaald is. Wil dit zeggen dat het een slecht medium is? Naar mijn mening niet als je banners op de juiste manier inzet: voor naamsbekendheid, promoties en doelgerichte acties. Hier alvast de meest voorkomende formaten (in pixels):

  • Full: 468 X 60
  • Half: 234 X 60
  • Full met verticale navigatiebalk: 392 X 72
  • Verticale banner: 120 X 240
  • Vierkante button: 125 X 125
  • Button 1: 120 X 90
  • Button 2: 120 X 60
  • Micro-button: 88 X 31

SITE-SPONSORING EN E-ZINES = ONLINE

Via sites die zich richten op een gespecialiseerd onderwerp kun je bepaalde doelgroepen zeer nauwkeurig benaderen. De formule bestaat meestal hieruit dat je die site gaat sponsoren. Je gelinkte logo prijkt op de homepage. Bovendien verzamelen deze sites meestal (via een listserver) een hoop abonnees op hun electronische nieuwsbrief: e-zines. In die uitgaves kun je een eenvoudige omschrijving laten opnemen met een hyperlink naar je site.

E-MAIL SIGNATURES = ONLINE

Als je een site hebt moet je voortaan iedere e-mail die je stuurt afsluiten met je URL. Voeg er eventueel je telefoonnummer, fax en adres aan toe om volledig te zijn. De meeste e-mail programma's beschikken over de functionaliteit om dat automatisch te laten gebeuren. In sommige omstandigheden (persberichtjes bijv.) kun je ook nog er een boilerplate aan toevoegen.

12/12 UPDATE-PROGRAMMA

Informatie op het internet is digitaal. Dat is de aard van het beestje. Dat heeft wel een aantal verstrekkende gevolgen. Een van die gevolgen is dat informatie op het internet zich door een uitzonderlijke flexibiliteit kenmerkt. Zoals dat meestal gaat met kenmerken is er een min-kantje en een plus-kantje aan. Het min-kantje is dat de stabiliteit die sommige informatie nodig heeft volledig afwezig is. Het plus-kantje is dat je zonder veel rompslomp of kosten informatie kunt brengen die hyper-actueel is, of die exact op maat gesneden is van de gebruiker van je site.

Zodra je site gelanceerd werd ga je met die twee kantjes van digitale informatie aan de slag gaan. Het is niet de bedoeling de site om de zoveel tijd overhoop te gooien. Maar je dient de inhoud vers te houden. Zoals ik al eerder schreef: net als de ingrediënten van een gerecht bepaalt vooral de versheid de kwaliteit.

SMAKELIJK!

Ook op deze site: kronkelsbiowerken
Een nieuw venster voor: mail mebijsluiter

kronkelsbiowerkenmethode
mail (in een nieuw venster)bijsluiter (in een nieuw venster)
einde pagina